De verzilvering

Almere. Een stad die opvalt door jeugdigheid. Maar ook een stad met een groeiende groep 55+ -ers. Vitale 55+-ers.  Die betrokken zijn bij de stad en bij hun wijk. Deze groep is een belangrijke motor van de stad. Almere streeft ernaar om deze groep prettig ouder te laten worden. Hoe? Door ‘(blijven) meedoen’ centraal te stellen in haar sociaal maatschappelijke beleid.

Samen werken aan de verzilvering van Almere
(Blijven) meedoen. Prettig ouder worden. Dat klinkt mooi. Maar hoe bereik je dat als stad? En hoe kan moderne technologie daaraan een bijdrage leveren? Het denken over deze uitdaging is in een stroomversnelling geraakt door een aanbod van Cisco IBSG en Almere Kennisstad. Samen hebben wij de gemeente Almere benaderd met het voorstel om deel te nemen aan het wereldwijde Ageing Well Programma. Een aanbod dat de gemeente met twee handen heeft aangegrepen. Onder  de naam 'Verzilvering van Almere' hebben we de handen inéén geslagen.

Bezoek de website

Flevo-CreatIT

Creatieve Campus CreatITBij Flevo-CreatIT komen het onderwijs en het bedrijfsleven samen in één concept. Het beroepsonderwijs (VMBO, MBO en HBO) wordt op de Creatieve Campus gehuisvest, waar het kleinschalig en innovatief MKB in de praktijk bezig is met creatief en technisch werk. Het MKB en het onderwijs kunnen elkaar daardoor op een natuurlijke wijze ontmoeten, versterken en verbinden in een leerwerk(doe)centrum.

Het onderwijsmodel op de Creatieve Campus gaat bovendien volledig op de kop, want een groot deel van het onderwijs zal bestaan uit (maatwerk) opdrachten bij samenwerkende MKB bedrijven, waarbij de begeleiding van studenten gedaan wordt door zowel een docententeam als mensen uit het bedrijfsleven. Er wordt geïnvesteerd in creatief talent, in up-to-date onderwijs, internationalisering en de groei van (kleine) bedrijven wordt gestimuleerd.

Sterrenscholen Almere

Het basisonderwijs wordt al decennia lang in essentie op dezelfde manier ingevuld. Als we vandaag met een schone lei mochten beginnen, hoe zouden we het primair onderwijs er dan laten uitzien? Eind 2008 heeft een groep mensen die werkzaam zijn in en om het onderwijs een model ontwikkeld voor een moderne basisschool. Dit model is geen blauwdruk, maar geeft handvatten voor het inrichten van een moderne school: een school die wil aansluiten bij wensen en eisen van kinderen en ouders van nu en bij de ontwikkelingen in de maatschappij van de 21e eeuw. Dit model heet de Sterrenschool.

Sterrenschool

Digital Cities

InterregAlmere Kennnisstad neemt deel aan een Europees project genaamd Digital Cities. 

Digital Cities heeft tot doel om informatie uit te wisselen tussen verschillende steden in Europa, maar ook om kennis, ervaringen en best practices te delen op het gebied van de inzet van ICT in maatschappelijke sectoren, waaronder de dienstverlening van de lokale overheid.

Home Nieuws Blog Gerard Jansen (diensten) Innovatie

(diensten) Innovatie

Gebruikerswaardering: / 0
LaagsteHoogste 

Gerard JansenGerard Jansen, directeur Almere Kennisstad:

"Als je blijft doen wat je altijd al deed, krijg je beslist datgene wat je altijd al kreeg".

Op 1 november jongstleden was ik deelnemer aan ‘The Innovation Event’ van Atos Origin. Deze vooraanstaande ICT-dienstverlener presenteerde daar zijn visie op innovatie en liet daarvan praktische voorbeelden zien. Prof. Dr. Henk Volberda brak een lans voor sociale innovatie en kwam naar aanleiding van recent onderzoek tot opmerkelijke bevindingen. Wist u bijvoorbeeld dat op dit moment door Nederlandse bedrijven niet de productie het meest wordt verplaatst naar het buitenland (lage lonen landen), maar onderzoek en ontwikkeling (O&O)? Daarmee is een trend zichtbaar die zeer zorgelijk is voor de BV Nederland.

INNOVATIE

Innoveren is volgens van Dale ‘de invoering van iets nieuws’. Innovatie beperkt vernieuwing niet tot het technische c.q. bètadomein. Innovatie is een breder begrip dan nieuwe technologie en investeren in innovatie is meer dan het doen van O&O:

  • Innoveren is óók het creëren van nieuwe kennis op het gebied van organisatie, marketing, design, financiering en logistiek.
  • Innoveren is óók het zoeken naar nieuwe combinaties van bestaande kennis.
  • Innoveren is óók het benutten van (persoonsgebonden) kennis en vaardigheden en ervaringen.

Om tot werkelijke innovaties te komen is ambitie en out of the box denken noodzakelijk.

Gebrekkige interactie
Een belangrijke indicator voor innovatie is de wisselwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven. Onze wetenschappelijke productiviteit is hoog, maar bedrijven gebruiken deze kennis maar weinig. Onderbenutting van kennis is eigenlijk verspilling, want de kosten van de kenniscreatie zijn al gemaakt. Gebrekkige interactie tussen wetenschap en bedrijfleven wordt veroorzaakt doordat wetenschappers en bedrijfsonderzoekers op de relevante kennisgebieden weinig samenwerken. Maar ook doordat er verschillen zijn in zwaartepunten van de kennisterreinen waarop deze onderzoekers actief zijn, waardoor de potentie tot wisselwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven minder is dan ze zou kunnen zijn. Voor een deel is dat onontkoombaar gezien het verschil in publiek (gezondheidszorg, milieu, infrastructuur, veiligheid en energie) en privaat belang (koopkrachtige vraag). Niettemin zijn er verbeteringen wenselijk en mogelijk. Daarnaast is er sprake van een kloof in communicatie en in vraag-en-aanbod. Een communicatiekloof duidt erop dat de gevraagde kennis er wellicht is, maar niet in een vorm die door bedrijven kan worden geabsorbeerd. Bovendien sluiten vraag en aanbod van kennis niet altijd op elkaar aan. Onderzoekers laten zich vaak meer leiden door wat ze zelf interessant vinden en door publicatiedrift dan door de vraag van bedrijven of ondernemerschap.

Open innovatie
Kennisdiffusie kan door de overheid worden bevorderd door directe of indirecte verbindingen tussen universiteiten en bedrijven tot stand te brengen. Een voorbeeld van directe verbindingen is de ondersteuning van technologische topinstituten (TTI’s) en een voorbeeld van indirecte verbindingen is de intermediaire kennisinstelling TNO. Ook speelt kennisuitwisseling tussen bedrijven onderling. Kennis is vaak zeer specialistisch en innovatie vereist het bijeen brengen van die enorm veel verschillende stukjes kennis. Bedrijven neigen daartoe steeds meer. Zo proclameert IBM al geruime tijd het zogeheten open innovatiemodel en inmiddels hebben veel bedrijven (waaronder dus Atos Origin) zich hierbij aangesloten. Veelal speelt die kennisuitwisseling zich af in de precompetitieve fase van onderzoek en ontwikkeling. 

DIENSTENINNOVATIE

Met een bijdrage van 80% aan de werkgelegenheid en meer dan 70% aan het bruto nationaal product (bnp) is de dienstensector voor de OESO-landen in de afgelopen dertig jaar de belangrijkste sector geworden. Het is de verwachting dat de komende jaren de betekenis van de dienstensector voor de werkgelegenheid en het bruto binnenlands product (bbp) verder zal toenemen. In Nederland is de bijdrage van de dienstensector aan het bbp sinds 1970 toegenomen met een derde tot 73% in 2003. Traditioneel industriële ondernemingen passen steeds vaker hun businessmodel aan en bieden naast hun producten complementaire diensten aan. Ondernemingen zoals IBM en Océ transformeren naar dienstverlenende ondernemingen. Export van dienstenDe groei van de werkgelegenheid is in de afgelopen jaren bijna geheel het gevolg van groei van de dienstensector. Het Nederlandse opleidingsniveau in de sector dienstverlening is nagenoeg tweeënhalf keer zo hoog als in de Nederlandse industrie. De export van dienstverlening betreft voornamelijk businessservices. De VS zijn, qua exportaandeel, drie keer zo groot maar toch kent Nederland een relatief hoge export van businessservices in vergelijking met andere landen. Alleen de VS, Verenigd Koninkrijk, India, Canada, China, Zweden en Nederland zijn in de afgelopen jaren in staat geweest het exportaandeel van businessservices te laten stijgen. Nederland heeft een goede uitgangspositie om de groei van de export van businessservices de komende jaren te versterken.

Productiviteitsontwikkeling
Verdere technologische ontwikkelingen, vooral ontwikkelingen in ICT, zullen de internationale handel van businessservices versterken. Voor Nederland geldt dat 60% van de totale directe investeringen in en vanuit de dienstensector betrekking hebben op investeringsverkeer met andere EU-lidstaten. Nederland neemt hiermee in Europa een koppositie in. De hoge kwaliteit van de arbeid, de sterke groei van de export en de verwevenheid met de industrie zijn drie karakteristieken waarin Nederland zich positief onderscheidt. Nederland kent echter ook een grote uitdaging: groei van de private en publieke productiviteit. Nederland heeft in de afgelopen jaren veel banen gecreëerd. De ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit is echter achtergebleven. De sterke positie en ontwikkeling van dienstverlening komt niet tot uitdrukking in de productiviteitscijfers. De beperkte Nederlandse productiviteitsontwikkeling van 0,7% in de periode 1990-2002 wordt sterk bepaald door de productiviteitsontwikkeling in de industrie — 0,5% — en voor een beperkt deel door dienstverlening: 0,2%. De achterblijvende productiviteitsontwikkeling van diensten is ook een punt van zorg in het publieke domein: in de periode 1995-2004 nam de arbeidsproductiviteit van de publieke sector niet toe. Ter vergelijking: de marktsector liet in deze periode een groei zien van de arbeidsproductiviteit van 2,3 procent per jaar. De achterblijvende productiviteitsontwikkeling in de dienstverlening ten opzichte van de industrie is binnen de OESO-landen een belangrijke bron van zorg; in nagenoeg alle landen blijft de productiviteitsgroei van diensten sterk achter bij die van de industrie. Onderzoek onder meer dan achthonderd dienstverlenende ondernemingen leert dat de ontwikkeling van de productiviteit niet het gevolg is van de grootte, de groei of de sector. Groei van productiviteit is het gevolg van goed management.

Inhaalslag gewenst
Met de vergrijzing in het vooruitzicht is het noodzakelijk de komende decennia sterk in te zetten op groei van de productiviteit van hoogwaardige private en publieke diensten. In Nederland zijn dienstverlenende ondernemingen minder innovatief dan industriële ondernemingen. Deze karakteristiek is overigens niet typisch Nederlands: in nagenoeg alle EU-landen is dit het geval. De O&O-bijdrage van dienstverlenende ondernemingen als fractie van de totale private O&O-uitgaven stijgt in nagenoeg alle landen van de OESO. In de jaren negentig realiseert Nederland een duidelijke inhaalslag: waar voorheen 5% van de private O&O afkomstig is van dienstverlenende ondernemingen, wordt in 2001 nagenoeg 20% van de private O&O-uitgaven door dienstverlenende ondernemingen besteed. Innovatieprogramma’sOok in de wijze van innoveren in relatie tot O&O verschillen industriële en dienstverlenende ondernemingen. De vervlechting tussen technologie en het businessmodel is een van de voorbeelden waarbij diensteninnovatie afwijkt van industriële innovatie. Gegeven de focus van de huidige innovatieprogramma’s op de industrie, is het verklaarbaar dat dienstverlenende ondernemingen maar beperkt gebruikmaken van deze programma’s. In Nederland maakt 45% van de innovatieve industriële ondernemingen gebruik van de bestaande beleidsinstrumenten. Terwijl minder dan 20% van de innovatieve dienstverlenende ondernemingen van deze instrumenten gebruik maakt.

Evident belang
Diensteninnovatie kent derhalve een evident economisch belang. Maar ook het maatschappelijke belang is groot: "Voor diensteninnovatie is nodig dat de consument, burger, patiënt of werknemer centraal wordt gesteld. Individuen en groepen van individuen krijgen steeds meer instrumenten in handen om zelf te bepalen hoe producten en diensten eruit moeten zien. De actieve burger wordt meeproducerend consument. Met behulp van ICT kan daar veel beter dan nu gebeurt op in worden gespeeld. Door innovatieve diensten, kunnen particuliere ondernemingen, overheden of ziekenhuizen deze dubbelslag van efficiëntie en kwaliteit realiseren. Daarin zit niet alleen een duidelijk economisch belang, ook een groot maatschappelijk belang." (Dr. A.H.G. Rinnooy Kan, voorzitter van de SER, in zijn keynote speech voor het congres ICTDelta op 23 mei 2007).

EXSER
In deze nieuwsbrief kunt u lezen dat in opdracht van Almere Kennisstad de afgelopen maanden is gewerkt aan de uitwerking van een concept voor een centrum voor diensteninnovatie. Onder de naam EXSER is inmiddels een subsidieaanvraag gedaan bij het Ministerie van Economische Zaken in het kader van het Noordvleugel programma Pieken in de Delta. Wij hebben er alle vertrouwen in dat het verzoek wordt gehonoreerd en dat daarmee een belangrijke stap gezet wordt naar diensteninnovatie in Nederland en in de Noordvleugel in het bijzonder.