Overspannen verwachtingen
woensdag, 12 maart 2008
Column Gerard Jansen, directeur Almere Kennisstad
Sinds de publicatie in september 2007 van het rapport van de Rekenkamercommissie van de gemeenteraad van Almere over Almere Kennisstad is er veel te doen geweest over het functioneren van de gelijknamige stichting. Toen de stichting Almere Kennisstad in 2003 werd opgericht was de gedachte dat een zelfstandige - op enig afstand van de gemeente opererende - rechtspersoon slagvaardiger zou kunnen opereren in de dynamische ontwikkeling van het gebruik van ICT in (lokale en regionale) economie en samenleving. Daarnaast was er de verwachting dat private partijen door de stichting gemakkelijker te verleiden zouden zijn om (financieel) te participeren in de organisatie en de projecten.
Wat betreft de slagvaardigheid is de verwachting uitgekomen. Almere Kennisstad was en is in staat snel te schakelen en tot besluiten te komen over (financiële) betrokkenheid bij projecten. Iets anders ligt dit voor de deelname van private partijen. Bedrijven en instellingen zijn er best toe te verleiden om risicodragend mee te investeren in projecten, waarvan zij verwachten dat deze ‘return on investment’ geven, respectievelijk maatschappelijk rendement opleveren (betere diensten tegen gelijkblijvende of lagere kosten). Maar op voorhand investeren in een organisatie die dit type projecten moet opsporen, aanjagen, initiëren en begeleiden, dat blijkt toch een stuk lastiger te zijn. Dat zijn ook de ervaringen in Eindhoven (Kenniswijk) en Amsterdam (Cyburg). Toen bij de start van het nieuwe programma van Almere Kennisstad (2007-2010) duidelijk werd dat private partijen niet (meer) voelden voor investeringen in de motororganisatie en daarmee de organisatielasten volledig voor rekening van de publieke sector zouden komen, is besloten de besturing van de organisatie daarop aan te passen.
Dat laat onverlet de bereidheid van private partijen te participeren op het niveau van de projecten en activiteiten. Maar ook daarvan bestaan soms overspannen verwachtingen. Bedrijven zijn terughoudend als niet op redelijk korte termijn de investeringen zijn terug te verdienen. En dat is – gezien de lange looptijd, de lange termijn resultaten/effecten en ‘spil overs’ van sommige projecten - lang niet in alle gevallen mogelijk. Daarbij komen de beperkingen die worden opgelegd aan een volledig publiek gefinancierde organisatie als Almere Kennisstad om te investeren in projecten die mogelijk zouden kunnen leiden tot ongeoorloofde staatssteun aan de betrokken bedrijven. Dat alles maakt dat een op voorhand opgelegde 50-50-verdeling niet werkbaar is. Vooral in de aanloop naar projecten toe (van idee naar uitvoering) bestaat onvoldoende bereidheid om dan al financiële risico’s te nemen. Als de overheid vervolgens eveneens risicomijdend opereert, staat innovatie met ICT stil.
Almere Kennisstad heeft altijd getracht een goed evenwicht te bewaren tussen publieke en private bijdragen aan projecten. Dat is niet altijd even goed gelukt. Maar in de meeste gevallen is uit de markt gehaald wat erin zat. Een absolute 50-50 norm zou innovatie met ICT in economie en maatschappelijke sectoren ernstig belemmeren. De overheid realiseert zich dat, zo blijkt uit nationale programma’s als ICT en maatschappelijke sectoren en Pieken in de Delta en de Europese programma’s die het gebruik van ICT in bedrijf en maatschappij willen bevorderen. Bijdragen vanuit deze regelingen dienen derhalve meegeteld te worden bij de cofinanciering van projecten. Het zou een goede zaak zijn als Almere Kennisstad de ruimte wordt geboden om te zoeken naar maximale private investeringen, zonder daarbij geconfronteerd te worden met een onwerkbare absolute norm.