Bange mensen
dinsdag, 31 maart 2009
Angst is een fysiologische toestand die gekenmerkt is door lichamelijke, cognitieve, emotionele en gedragscomponenten. Angst kent verschillende gradaties. Voorbeelden van mildere vormen zijn: ‘je niet op je gemak voelen’, onrust en bezorgdheid. Voorbeelden van meer extreme vormen zijn paniek en fobie.
Een gevoel van angst hoeft niet altijd pathologisch te zijn: net als gevoelens als boosheid, en neerslachtigheid kan het een teken zijn van een normale aanpassing van het organisme aan gevaarlijke, moeilijke of extreme omgevingscondities. Denk aan situaties als: soldaten aan het front, luchtaanvallen, calamiteiten, e.d. Angst prepareert daarbij het organisme op mogelijk gevaar en/of het ondernemen van bepaalde acties, zoals vluchten voor gevaar. Angst treedt ook vaak op in minder extreme omstandigheden zoals spreken in het openbaar, het doen van een examen en het leveren van een sportprestatie. Deze vormen van angst hebben vaak een anticiperend karakter. Hoe zit het dan met angst voor veranderingen?
Column Gerard Jansen, directeur Almere Kennisstad
Angst is een fysiologische toestand die gekenmerkt is door lichamelijke, cognitieve, emotionele en gedragscomponenten. Angst kent verschillende gradaties. Voorbeelden van mildere vormen zijn: ‘je niet op je gemak voelen’, onrust en bezorgdheid. Voorbeelden van meer extreme vormen zijn paniek en fobie.
Een gevoel van angst hoeft niet altijd pathologisch te zijn: net als gevoelens als boosheid, en neerslachtigheid kan het een teken zijn van een normale aanpassing van het organisme aan gevaarlijke, moeilijke of extreme omgevingscondities. Denk aan situaties als: soldaten aan het front, luchtaanvallen, calamiteiten, e.d. Angst prepareert daarbij het organisme op mogelijk gevaar en/of het ondernemen van bepaalde acties, zoals vluchten voor gevaar. Angst treedt ook vaak op in minder extreme omstandigheden zoals spreken in het openbaar, het doen van een examen en het leveren van een sportprestatie. Deze vormen van angst hebben vaak een anticiperend karakter. Hoe zit het dan met angst voor veranderingen?
Soms zijn mensen helemaal klaar voor een (radicale) verandering. In meerderheid stemde de Amerikaanse bevolking voor de ‘change’ van Obama. Maar vaak gaan de hakken in het zand door de angst voor veranderingen. Aan de overkant van het IJmeer is men bang voor de brug met Almere en de hoogbouw en het buitendijks bouwen van Almere. Een vorm van NIMBY, zoals we die ook vaak zien binnen Almere als er bijvoorbeeld voorzieningen moeten komen in of nabij woonwijken (zoals een TBS-kliniek).
Veranderingen worden gedreven door innovaties. Er zijn verschillende graden van innovaties en dus ook van veranderingen: van geleidelijk (‘sustaining’) tot ontwrichtend (‘disruptive’). Vooral radicale veranderingen roepen vaak veel weerstand op. Die weerstand kan voortkomen uit belangentegenstellingen, maar meer dan eens zijn ze het gevolg van angst voor de veranderingen die voortkomen uit deze (ontwrichtende) innovaties.
Neem nu het onderwijs. Steeds luider wordt de roep om stevig in te grijpen in ons onderwijssysteem (PO/VO). Het huidige systeem – “designed for standardization” – negeert van nature de individuele behoefte van de leerlingen. Toch slagen we er maar niet in om de mogelijkheden die de informatie- en communicatie technologie ons biedt in te zetten voor een onderwijssysteem dat tegemoet komt aan de individuele mogelijkheden en talenten van onze kinderen (maatwerk). Hebben we te maken met bange mensen in het onderwijs?
Of neem de zorg. Ook hier zijn ontwrichtende innovaties noodzakelijk om het systeem beter en efficiënter te laten werken. En ook hier kost het de grootste moeite om ICT in te zetten om tegemoet te komen aan de wensen en verlangens van de gebruikers. Hoe lang puzzelen we al op de invoering van het EPD? Zijn de dokters bang?
Angst is een slechte raadgever, zegt het Nederlandse spreekwoord. De toekomst is al begonnen. Wanneer gaat dat besef doordringen in het onderwijs en de zorg?