Onderwijs en ICT beurs
woensdag, 24 februari 2010
Op 10 en 11 februari vond in de Jaarbeurs in Utrecht de Onderwijs en ICT beurs plaats, volgens eigen zeggen hét platform voor ICT-toepassingen en -diensten in het onderwijs. Dat geeft ons als projectadviseurs bij Almere Kennisstad alle reden om een dag workshops te volgen, op zoek te gaan naar nieuwe ontwikkelingen in onderwijs-en-ICT-land, bij iedere stand rond te neuzen en uit te kijken naar nieuwe contacten die bij kunnen dragen aan innovatie in het Almeerse onderwijs.
Als adviseur van onderwijsinstellingen ben je op dergelijke beurzen altijd een beetje een vreemde eend, zeker als je wat kritische vragen kunt stellen over de achterliggende techniek. Standhouders mikken op bestuurders of op docenten (ICT-coördinatoren) die hun bestuur kunnen enthousiasmeren en derhalve overhalen tot koop. In workshops is de inhoud afgestemd op ‘echte’ onderwijzers. Als adviseur ben je geïnteresseerd in wat er op de markt speelt en de ontwikkelingen die er gaande zijn, maar kun je niets met de vraag: “zouden uw leerlingen dit spelletje niet geweldig leuk vinden?” Tegelijkertijd geeft deze out-of-the-ordinary positie de ruimte om zaken eens van een afstandje, en misschien met een frisse blik, te bekijken.
Als ik - waarschijnlijk in verband met mijn leeftijd en sekse - door een standhouder met de nieuwste digibord software gevraagd wordt of er in mijn kleuterklasje ook al een digibord hangt, en ik kan antwoorden met: “Absoluut, ik heb zelfs al een aantal Java applets toegevoegd”, maakt zijn verbaasde gezicht mijn dag weer helemaal goed. Mooier zijn echter de conversaties die je hoort tussen ‘harde ICTers’ en ‘de gewone juf of meester’. De juf of meester begrijpt slechts de helft van het technische verhaal van de ICTer, hoezeer deze ook zijn best doet. En de eenvoudige praktijkgebonden vraag van de juf of meester is voor de ICTer een onbekend probleem: een probleem dat niet past bij de aangeboden soft- of hardware. Op zo’n moment wordt de kloof tussen de wereld van de ICT en die van het onderwijs ineens glashelder.
Op datzelfde moment realiseer ik me hoe belangrijk de vertaalslag is van techniek naar onderwijspraktijk. Natuurlijk moet de exacte werking van de techniek nooit het onderwerp van gesprek zijn als het gaat om het gebruik ervan: het moet het gewoon doen. Maar wát het dan precies moet doen, in concrete zin, dat ICT in ons onderwijs, daarvan had iedereen op die beurs een ander beeld. Het ene beeld is geworteld in de huidige praktijk: in groep vijf, met die lastige Sander en Joris, “die echt niet rustig gaan zitten werken als ik ze achter de computer zet”. Het andere beeld is een verre doorontwikkeling van ‘het nieuwe leren’, “waar Tirza en Aïla begeleider Freek meenemen in hun virtuele ontdekkingstocht over de Grieken en waar Freek de kinderen af en toe kritische vragen stelt.” Buiten deze twee beelden zijn er nog talloze voorstellingen van de rol van ICT in ons toekomstige onderwijs.
In Almere bouwen we met de Sterrenschool aan het omzetten van zo’n beeld in harde werkelijkheid. We gaan een concrete vorm geven aan het scala aan mogelijkheden die nieuwe technieken bieden voor het onderwijs. En dat doen we op een manier die bij Almere en het onderwijs in onze stad past. Waar op de beurs de kloof tussen onderwijspraktijk en moderne techniek soms onoverbrugbaar lijkt, gaan we hier aan de slag met ‘echte onderwijzers’ en ‘harde ICTers’ die precies dezelfde taal spreken: moderne techniek geeft ongekende mogelijkheden voor het onderwijs: deze moeten we benutten in optima forma!
Door: Lotte de Rooij, projectadviseur onderwijs